directeur facilitair bedrijf

Het is al in 1985 dat ik mij voor het eerst realiseer dat er iets mis is met mijn gehoor. Een eerste bezoek aan KNO maakt dat ook zichtbaar met een audiogram. Maar gelukkig zit het probleem alleen aan de rechterkant en links is het gehoor nog prima. Ik leid het bestaan van een ”eenorige” en met kunst en vliegwerk houd ik mij staande als leraar wiskunde en afdelingscoördinator. Maar plotseling, zo rond 2001, is mijn andere oor aan de beurt en nu is het menens. Ik versta het gesproken woord slecht en kan mijn nieuwe baan als unitdirecteur onderbouw niet langer verantwoord inkleuren. Het probleem zit met name in de grootschalige vergaderingen, de voordrachten op basisscholen en niet in het minst in de continue bedreiging van onverwachte drukte en informeel overleg. Zaken waar ik eertijds veel van mijn werkvoldoening uit haalde, schrikken nu af. Met inmiddels twee hoortoestellen aanvaard ik dan, met gemengde gevoelens weliswaar, een alternatieve job aan dezelfde school, directeur facilitair bedrijf. Ik leer ondertussen dat mijn oorsuizing en geluidovergevoeligheid aan beide kanten benoemd worden met tinnitus en hyperacusis. En ik voel de afgenomen kwaliteit van leven als een zware last. Het risico dat ook deze baan een te zwaar appel doet op mijn horen is groot.

Dat realiseert zich ook UWV, die zich samen met de school inspant om te voorkomen dat mijn arbeidshandicap afglijdt tot arbeidsongeschiktheid. Ik kan mijn kantoor vestigen in een vrijstaande, voormalige conciërgewoning op het schoolterrein. Bureau Planplan komt op de proppen en ik lever mij over aan de eerste werkplekinspectie van Guido Goedhart. Guido blijkt niet alleen zeer deskundig, maar ook iemand die zich goed kan inleven in de arbeidsproblemen van een gehoorgehandicapte. We komen uit op een serie aanpassingen van mijn kantoor. De akoestiek van de ruimte moet worden verbeterd en het verkeerslawaai moet buitengesloten. En dan gaat de technische doos open en Guido presenteert een systeem van lichtringmicrofoons, aangesloten op een geluids- en signaalprocessor. Een en ander aangesloten op een vaste ringleiding. Hiermee moet het mogelijk zijn vergaderingen met tot op zes personen te kunnen volgen. Een MikroPort moet de mogelijkheid scheppen met bezoek de school in te lopen en zelfs in een rumoerige omgeving de communicatie in stand te houden. En dan zijn er nog een paar welkome extraatjes. Een trilalarm om het telefoonsignaal en de deurbel te kunnen waarnemen. En een aansluiting van de telefoon op de ringleiding. Mijn gsm komt op een mobiele ringleiding.

En dan is het moment aangebroken dat ik mijn kantoor ga gebruiken met gebruikmaking van de voorzieningen, zoals voorbereid en deels gerealiseerd door PlanPlan. Ik versta in een vergadering de aanwezigen probleemloos, zonder interpreteren en zonder mondstudie. De telefoons zijn goed te verstaan en ik laat niemand meer wachten vanwege een niet gehoorde deurbel. De enorme weerzin tegen de communicatie op mijn werk heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe energie. Energie die ik jaren heb moeten ontberen. Ook mijn gezin profiteert mee. Als ik nu na mijn werk thuiskom, ben ik beduidend minder uitgewoond.

Dank PlanPlan. En niet te vergeten de school. En UWV natuurlijk.

januari 2009

reactie